Bevolking

Aan de Alto Putumayo wonen Kichwa, Secoya, Huitoto en mestiezen. De inheemse bevolkingsgroepen Kichwa, Secoya en Huitoto hebben reeds een lange geschiedenis in de regio. Eeuwen van turbulentie en aanpassing aan externe invloeden hebben grote veranderingen teweeggebracht in hun sociale, politieke en economische structuur. Deze inheemse gemeenschappen zijn echter nog steeds afhankelijk van hun bossen, watergebieden en rivieren voor hun onderhoud en levenskwaliteit.

De Asociación Putumayo Perú ondersteunt 7 Secoya gemeenschappen en 22 Kichwa gemeenschappen aan de Alto Putumayo en hun organisaties: de Organización Indígena Secoya del Perú (OISPE) vertegenwoordigt 600 Secoya en de Federación Indígena Kichwa del Alto Putumayo - Inti Runa (FIKAPIR) bestaat uit 3.500 Kichwa inwoners. De Asociación Putumayo Perú focust voornamelijk op de verkozen leiders, jongeren en vrouwen bij de uitvoering van haar projecten.

Sr Belis SandovalIn hun moedertaal noemen de Secoya zichzelf Airo Pai, wat vertaald kan worden als “Mensen” (Pai) van het Bos (Airo). Deze naam wijst op een sterke identificatie van dit volk met zijn ancestrale territorium, geworteld in hun kosmologie en het dagelijks leven. De Secoya behoren tot de linguïstische familie van de Westerse Tucano. Tot enkele decennia geleden had dit volk nog een semi-nomadische levensstijl. Om de zoveel jaar migreerde de gemeenschap omdat de grondstoffen waren uitgeput in de omgeving, de sjamaan was gestorven of gewoon omdat ze er zin in hadden. Sinds de oprichting van schooltjes en ziekeposten in de regio heeft dit volk een sedentaire levenswijze aangenomen. De mannelijke Secoya dragen nog steeds de cushma, een kledingstuk tot aan de knie in felle kleuren, en de meeste Secoya spreken nog steeds beter hun eigen taal dan het Spaans.

Dsc07712De Kichwa vertonen veel minder uiterlijke symbolen (vb. kleding) van hun identiteit dan de Secoya, en niet alle gemeenschapsleden spreken nog de eigen taal. Dit volk is nog maar enkele tientallen jaren geleden gemigreerd vanuit Ecuador naar Peru. Toen de rubberontginning een snelle opkomst kende in Peru, zakten velen van hen af langs de rivieren om een graantje mee te pikken als arbeider. Ook zij leven voornamelijk van wat hun natuurlijke omgeving hen biedt door jacht, visvangst en het bewerken van het veld. Andere kosten worden gedekt door tijdelijke arbeid en de verkoop van vlees, vis of artesanía. Deze volkeren hebben dus een zeer nauwe band met hun omgeving.

Sponsored by by2.be